woensdag 18 maart 2009

De cover en de foto die het niet werden.

Of ik de covers van Eppo 5, Eppo 16 en Eppo 22 wilde verzorgen. Met een fijne, wervende Bob Evers-tekening. Maar natuurlijk, Eppo-Rob!
Komende woensdag, als alles gaat kloppen, dus je eerste Eppo met BE-cover de mat! Benieuwd wat je ervan gaat vinden. Hier m’n allereerste coverversie in schets. Nog met het eerste Eppo logo-ontwerp. Een beetje een outtake vanzelf, want precies DEZE scène, met z’n drietjes bijna betrapt op de trap, zit natuurlijk niet precies ZO in het verhaal. Ik heb gek genoeg een beetje een fascinatie voor outtake covers. Geen van onze albumcover-scenes zit immers precies ZO in het verhaal. (Wanneer aten ze dan VIS?)

Deze cover is het trouwens niet geworden. De defi-cover wordt he-le-maal anders!
Ook het "tekenaarsinterview" staat trouwens komende woensdag in het teken van ondergetekende. Daarvan is de bijbehorende foto, tekenaar op Leids terras achter witbiertje, ter elfder ure aangepast, want de redaktie wilde persé iets hebben aan de tekentafel!
Shit, want op deze foto heb ik nog best veel haar!

zondag 15 maart 2009

Andere verhalen en meer uit Eppo 4

Tijdens het interview met Kurt van Stripelmagazine vroegen we het ons nog af: zouden al die Eppo-lezers Bob Evers niet allang kennen? Zouden dat sowieso niet de liefhebbers van de Nederlandse avonturenstrip zijn? En natuurlijk is het fantastisch om met je strip in een echt professioneel stripblad te staan, maar levert dat ook nieuwe lezers op?
En nu is hij daar ineens: de brief van Henk uit Oosterheide op pagina 2 van Eppo 4. De brief die bewijst dat we er echt nieuwe lezers bij krijgen dankzij de voorpublicatie in Nederlands nieuwste stripblad. Dat de Bob Evers strip een groeit in populariteit dankzij Eppo, net als dat in de jaren 70 en 80 gebeurde met avonturenstrips als Franka, Agent 327, de Partners en Storm.
Alleen vragen we ons nu natuurlijk nerveus af: zouden al die nieuwe lezers toch ook wel de albums gaan kopen? En wie weet wanneer we daar weer antwoord op krijgen…

Eppo doet er in elk geval alles aan om zowel de strips als de tekenaars en schrijvers te promoten. Een paar weken geleden kreeg ik Eppo-medewerker Robin Schouten op bezoek voor zowel een interview als voor het item ‘De boekenkast', dat nu op pagina 3 van de nieuwe Eppo te vinden. En dus mocht ik op een late donderdagmiddag mijn favoriete boeken uit de kast trekken.
Boeken als Tolkiens “In de ban van de ring” en Harrie Geelen's “Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?” spreken voor zich. Met groot vakmanschip en heel veel fantasie geschreven. Als je dat als kind te zien of te lezen krijgt, moet dat wel invloed op je hebben. Het kon dan ook haast niet anders of ik moest en zou later ook zulke verhalen vertellen. Wat betreft de fantasie zit dat wel goed, maar zo’n epos als bovenstaande meesterwerken heb ik jammer genoeg nog niet op mijn naam staan.
Het complete werk van Raymond Macherot en Carl Barks wil ik bij deze van harte aanbevelen bij mijn collega's Hanco Kolk en Jean-Marc van Tol voor hun nieuw op te zetten striptekenaarsopleiding in Zwolle. Macherot in de eerste plaats natuurlijk als streng verplichte vakliteratuur voor wie zich in het genre van de dierenstrip wil bekwamen, maar ook bij het behandelen van het element ‘sfeer’ mag Macherot niet ontbreken. En last but not least, ook wie een echte in- en inslechte schurk wil creeeren, neme een voorbeeld aan Raymond Macherot’s Anthraciet.


(Anthraciet, getekend door Raymond Macherot)

Op het gebied van verhaaltechniek adviseer ik ten stelligste het werk van Carl Barks. En dan bedoel ik niet alleen het verhaal “Kerstfeest voor Krotdorp” dat ik in vogelvlucht bespreek in ‘De boekenkast’. Nee, als het even kan dienen alle 711 verhalen gelezen en geanalyseerd te worden op gebied van plotelementen en verhaalopbouw. Zoals als Hans altijd zegt: “Striptekenen is niet voor mietjes!”, dus pas wanneer men het verschijnsel 'verhaalopbouw' volledig heeft begrepen mag men gaan tekenen.
Dat voorkomt in elk geval een heleboel scenaristen die verhalen opbouwen met het “En-toen-en-toen-en-toen”-principe, waarbij het verhaal aan elkaar hangt van de toevallige gebeurtenissen om hun held maar van het begin van het verhaal naar het einde te krijgen. Want, beste bloglezers en BE-cursisten, ook een plotelement dient voort te vloeien uit het karakter van de personages.
















(Illustraties: Carl Barks, © Disney)



Zoals in “Kerstfeest voor Krotdorp” de overvolle kluis van Dagobert, Donald die er maar niet in slaagt om vijf gulden bij elkaar te krijgen en het dubbeltje dat wel Guus geluk brengt, maar Donald en Dagobert zeker niet. En dat dubbeltje is een prima voorbeeld van een plotelement voor de beginnende striptekenaar. De bijhorende oorzaak-gevolg-ketting is namelijk heel makkelijk door het verhaal heen te volgen.

En dan komen tenslotte weer terug bij mijn eigen stripscenario’s, waar de invloed van de vier bovenstaande auteurs zeker in meer of mindere mate in is terug te vinden. In Eppo 4 maar liefst drie voorbeelden daarvan, getekend door twee verschillende tekenaars. Op pagina 20 een dubbele gag van Kleine Napoleon, uiteraard weer getekend door Dick Heins.

(Illustratie: Dick Heins)


We zijn nu echt het introductiestadium voorbij. Het hoofdpersonage is bekend, de bijfiguren en de historische achtergrond zijn allen bekend, dus vanaf deze Eppo gaan we echt aan de slag met Nappie. Ook geen hertekende strookjes meer vanaf nu (we hadden er ook niet meer dan twee), maar halve pagina’s die echt speciaal voor Eppo zijn gemaakt. Op Anne-Louise na maken alle bekende bijfiguren hun rentree in de vijfde of zesde aflevering van Kleine Napoleon.
In beide strips ook weer verwijzingen naar de volwassen Napoleon, ofwel Kleine Napoleon in zijn latere jaren. De zakgeldgag verwijst natuurlijk naar de latere belastingen en in de andere gag wordt duidelijk waarom het nog jaren duurde voordat Nappie echt aan zijn opmars naar Parijs begon. Het is ook prima gag om het karakter van Josephine en de invloed die zij heeft op Kleine Napoleons plannen verder uit te werken.

(Illustratie: Dick Heins)

Over de 7e pagina van ons nieuwe Bob Evers stripverhaal “Een overval in de lucht” te vinden op bladzijde 24 van de nieuwe Eppo, heb ik het vorige week al uitgebreid gehad. Blijft over de achtste pagina van ons nieuwe verhaal waar over plotlijntjes, voortvloeiend uit het karakters van de personages, nog wel het een en ander te vertellen valt, maar naar goede gewoonte doe ik dat lekker uitgebreid later deze week.
Prettig weekend allemaal en tot de volgende keer.

donderdag 12 maart 2009

Eppo 4: Bestemming Cairo

Hoera, ook gisteren weer een nieuwe Eppo in mijn brievenbus! En wat voor eentje!
Vanaf vandaag ligt Eppo 4-2009 ook in de winkel en voor degenen die hem nog niet hebben gezien, dit is hem:
















(Illustratie: Henk Kuijpers)


Met o.a. een brief over Bob Evers in Eppo Mail en in het voorwoord o.a. aandacht voor Kleine Napoleon, die wederom met twee strips in deze Eppo te vinden is, en voor mijn persoontje i.v.m. het kijkje in mijn boekenkast dat je op pagina 3 krijgt.
Over al deze items gaan we het binnenkort nog wat uitgebreider hebben, eerst vrolijk verder met de belevenissen Jan en Arie in deel 4 van “Een overval in de lucht” (al is het natuurlijk wel helemaal te gek dat we er door Eppo ook weer nieuwe lezers bij krijgen).

Terwijl het vliegtuig op pagina 7 opstijgt en richting Cairo vliegt krijgen we ook de laatste twee medepassagiers van Jan en Arie te zien: de heren Platneus en Kaalmans. Wat deze twee exemplaren betreft, ben ik het van harte met Arie eens: hun gezichten bevallen me niet!
En daar is alle reden toe, want zoals Jan al ontdekt heeft, horen deze twee tot het gezelschap van de heer Breitstein en ook diens aanwezigheid voorspelt niet veel goeds.
Afijn, voorlopig blijft alles nog even rustig en richten Jan en Arie hun aandacht weer volledig op Jeffries:

PAGINA 7a:

1. Het vliegtuig (ouder type KLM-(Boeing)-vliegtuig met vier motoren) begint te rollen.
JAN (buiten beeld, vanuit het vliegtuig): zeg, vuurbaken… ik wil je niet ongerust maken… maar er zijn dertien passagiers aan boord.
ARIE (buiten beeld, vanuit het vliegtuig): prachtig. des te meer kans dat er wat gaat gebeuren.

2. Arie kijkt vergenoegd voor zich uit naar Jeffries die links vooraan op plaats nummer 1 zit. Jan kijkt naar Breitstein op plaats nummer 9 in hun eigen rij, naast Jeffries die links vooraan op plaats nummer 1 zit. Arie kijkt naar Platneus en Kaalmans. Platneus zit een Hollandse krant te lezen en heeft zijn aktetas naast zijn neergelegd. Kaalmans maakt zijn nagels schoon. Paul zit op stoel 13,
JAN: die duitser naast jeffries heeft drie plaatskaarten genomen. en ik heb zo’n idee dat die twee kerels vlak links van ons op die twee andere kaartjes reizen.
ARIE: ik kan die lui niet plaatsen.

3. Arie kijkt nog eens naar Kaalmans en Platneus. Jan staart peinzend voor zich uit.
ARIE: handelsreiziger voor een klein zaakje?... slagersjongen met vakantie? nee, slagersjongens hebben gewoonlijk schone nagels… hoe dan ook, hun gezichten bevallen me niet.
JAN: laten we onze aandacht bepalen tot jeffries. die mag niet op buffalo hill aankomen voordat de handschoenendoos veilig in onze handen is. hoe pakken we dat aan?

4. Arie legt Jan uit wat hij van plan is. Jan kijkt hem bewonderend aan.
ARIE: weet bob niet wie jeffries opdrachtgevers zijn? dan kan hij namens hen een gefingeerd telegram versturen, met de opdracht in kaapstad niets te ondernemen zonder nadere instructies.
JAN: knal, in één woord! we verzenden het in cairo.

5. Close-up van een stuk papier waarop Jan een telegram opstelt.
TEKST VAN HET TELEGRAM: Bob Evers, Cheshire Hotel, Londen
Als je weet wie opdrachtgever Londen van onze man
Telegrafeer hem onder die naam stop boodschap moet
hem bereiken kort voor aankomst PH-XKY in
Kaapstad ter voorkoming verificatie stop ons idee is
een valse opdracht hem bevelend nadere orders
afwachten stop telegrafeer ons of je dit kunt stop
Cairo Palm Court Hotel
Prins
JAN (deels buiten beeld): wel, wat denk je hiervan?

PAGINA 7b:

1. Laat in de avond in Cairo stappen alle passagiers uit het vliegtuig. Malherbe reageert geschokt als hij hoort hoe laat het vliegtuig weer vertrekt.
TEKSTBLOK: en dus, te cairo…
STEWARD: we vertrekken weer morgenvroeg om zes uur.
MALHERBE: om zes uur?!

2. Malherbe loopt woedend naar de bus toe, gevolgd door Lalonde. Jeffries stapt als eerste in de bus en vraagt iets aan de chauffeur, een boom van een Soedanese neger. Arie en Jan luisteren belangstellend toe. Bij de bus staat ook een tengere, Egyptische hoteljongen in een wit, linnen uniform. Hij draagt een fez op zijn hoofd en een groene band om zijn arm, waarop ‘Palm Court Hotel’ staat.
MALHERBE: te lang om wakker te blijven en te kort om naar bed te gaan. welke idioot in het kwadraat heeft dit reisschema in elkaar gezet?
JEFFRIES: dat weet niemand. wil je bij het telegraafkantoor stoppen? ik vermoed, dat er een telegram voor mij gekomen is.

3. Alle passagiers zitten in de bus. Jan en Arie houden Jeffries scherp in de gaten. De hoteljongen rijdt mee voor in de bus.
JAN: hij verwacht antwoord op zijn vorige telegram.
ARIE: dat is duidelijk.

4. De bus stopt voor het postkantoor met opschriften in verschillende talen. De hoteljongen wil het telegram gaan halen voor Jeffries. Jeffries reageert geschrokken.
HOTELJONGEN: mijnheer van het telegram! welke naam, mijnheer?
JEFFRIES: ik zal het zelf in ontvangst nemen.

5. Arie en Jan overleggen wat ze verder zullen doen. Jeffries en de hoteljongen gaan het postkantoor binnen.
ARIE: zullen we ons telegram in het hotel verzenden?
JAN: ja. dit is te gevaarlijk. ze zouden zich afvragen wat wij voor dringende zaken hebben. die nieuwsgierige hoteljongen, zeker…


Op pagina zeven geen drastische wijzigingen ten opzichte van het scenario, wel het een en ander aan eye-catchers. Zoals die woest keffende Zazou, wiens humeur prima aansluit bij dat van regisseur Malherbe En dan die sigaar in de bus. Dat zou meneer Malherbe eens in het tegenwoordige openbaar vervoer moeten proberen. Maar ach, dat soort dingen moet je gewoon zien en niet erover lezen of schrijven. Dus, beste bloglezers, pak die Eppo er maar bij en bekijk ook al die plaatjes gewoon nog een keer. En nog een keer, en nog een keer....


Veel plezier en tot de volgende keer.

woensdag 11 maart 2009

Een geweten zonder werk

Pfoe, het begint dringen te worden op deze blog. Vandaag (of morgen) alweer een nieuwe Eppo in de bus en ik ben nog niet eens toegekomen aan het wekelijkse overzicht van de verhalen in de andere tijdschriften. Nou ja, het is er ook maar ééntje deze week.
Sinds vorige week is ligt de Disney-klassieker Pinokkio opnieuw in de dvd- en blu-ray-winkels en ter gelegenheid daarvan staat Pinokkio in de schijnwerpers in de nieuwe Donald Duck. Met een brievenbusstripje, een kijkje in zijn plakboek én een 4 pagina’s tellend stripavontuur van Pinokkio.
Hoewel, in dit geval kunnen eigenlijk beter spreken van een Japie Krekel-avontuur. Het thema van dit verhaal kan zonder meer geclassifeerd worden onder de term; ‘Wat als…?’
Beter gezegd: wat zou er gebeuren als Pinokkio (na bijna 70 jaar) Japie Krekel niet langer nodig had als geweten. Tja, dan moet Japie dus op zoek naar een nieuwe baan. Alleen, of het nu zo slim is om dat het geweten van deugniet Jantje Lampepit te spelen, dat kun je de komende twee dagen nog lezen op bladzijde 18 t/m 21 van Donald Duck nr 11-2009. Daarna wordt hij in de winkels vervangen door nummer 12…
Tot morgen! (En dan van alles over de nieuwe Eppo)

maandag 9 maart 2009

Zelf-de-Bob-Evers-strip-tekenen-6: ANATOMIE

Hoewel druk met die Eppo-Bob-productie, hier dan TOCH weer even een levensteken van je "Zelf Bob Evers tekenen"cursus. Ben onze blog-cursus echt niet vergeten, hoor, blogvriend. De Vano-stripcursus gaat het komende jaar namelijk (en de komende jaren?), wat mij betreft, heerlijk voort. Echter wegens die produktie helaas wel ietsjes traaaaaaaaaag, dan. Zucht.

Constructie, constructie! Ik wil dit eigenlijk wel benadrukken hier, in de cursus. Probeer nou es analytisch te denken bij je eerste schetsjes, studentje van me. Probeer nou es m e t e e n in je hoofd te goochelen met die paar elementaire vormpjes tijdens het opzetten van je eerste lijnen. Buisjes, bolletjes, peertjes, ingestulpte kubusjes. Niks meer! Hou het heerlijk s i m p e l bij je eerste opzetje. Vandaag iets meer richting anatomie. En nee, niet meteen skeletten en spieren, we voltooien hier die beloofde eerste basis driepoot van het modeltekenen.

Hier wat materiaal uit de "Famous Atists Cartoon Course" uit begin jaren zestig. Indachtig de balletjes-buisjes constructie-methode uit vorige bijdrage, hier onze vertrouwde methode een stapje verder. En kijk, we komen nu voorzichtig wat in de buurt van de meer natuurlijke vormen.


Uit "The Know-How of Cartooning" van Ken Hultgren nog wat rauwe opzetjes.




En uit een van de handboeken van Loomis nog meer van die lekkere kale, schetsige opzetjes.



Dit soort tekeningetjes kunnen zo on-ge-loof-e-lijk leerzaam zijn. Hier zie je een potentieel complexe tekening in z'n meest uitgeklede staat. Met wat basale vormpjes en een zich ontwikkelend timmermansoog heerlijk aan het spelen.





Timmermansoog? Jazeker. Het begint nu belangrijk worden om je gevoel voor verhoudingen te gaan ontwikkelen. Dat je al tijdens het schetsen van je eerste vormpjes voelt dat de "armpjes laqnger mogen" of het "hoofdje niet lekker op het rompje past". Bovenstaande schemaatjes van verhoudingen nemen de schedel als maat der dingen. Goed hulpje als je er net aan begint, aan dat modeltekenen.
Ik heb trouwens het label CURSUS aan deze post geplakt. En ook aan alle vorige cursus-posts. Hier ergens opzij moet je dan maar eens op dat label klikken. Zo kun je alle posts die met de cursus te maken hebben gemakkelijk bij elkaar op je scherm krijgen.

zaterdag 7 maart 2009

Pagina 6: Fasten your seatbelts!

Wow, Bob Evers in Brazilie! Ik had nooit gedacht dat we het al zover geschopt hadden. Belgie, Duitsland, Denemarken en een klein beetje Frankrijk, dat wist ik wel. En ook dat er ergens in een Amerikaanse universiteitsbibliotheek Bob Evers albums te vinden zijn. Maar Brazilie, dat is de andere kant van de wereld. Het zuidelijk halfrond. En het enige land uit dit lijstje waar ik nog nooit op vakantie geweest ben.
Blijkt toch eens te meer dat het tekenwerk van Hans van grote internationale kwaliteit is. En dat met de Bob Evers stripserie toch echt een keer de grens over moeten. Verder met de serie in Duitsland, een presentatie van de Zuidzee-trilogie in Angouleme en wie weet staan we binnen een jaar of wat in San Diego.

Maar goed, genoeg gedroomd. Voorlopig staan we in elk geval tussen de crème de la crème van de Nederlandse stripwereld in de nieuwe Eppo. Gauw verder dus, voor alle Nederlandse en alle internationale fans, met pagina 6 van ons verhaal.

Hans is al zo aardig geweest om een portret van en een extra stukje tekst over de heer Howard Marsh bij mijn post over pagina 5 te plaatsen. Maar doordat er wat met de plaatjes geschoven is, komen we Marsh, die naar eigen zeggen gouveneursambtenaar in Zuid-Afrika is, pas tegen op het plaatje van pagina 6.
Marsh vormt inderdaad een soort duo met medepassagier Winstone. Het hoe en wat daarvan zal gaandeweg dit verhaal duidelijk worden. Wel kan ik alvast verklappen dat Marsh, net als Winstone, tot de categorie welkome hulp voor Jan en Arie behoort.

En wat de rest van deze pagina betreft, tussen de laatste versie in mijn computer en de verschijning in Eppo, vlak voor het moment dat ons vliegtuig eindelijk vertrekt, is er nog behoorlijk wat veranderd. Kijk maar even mee:

PAGINA 6a:

1. Jan treft Arie in het restaurant. Arie informeert hoe de zaken ervoor staan. In het restaurant heeft hij een aantal detectiveboekjes gekocht waaronder één met de titel ‘Moord in de 8.15’.
ARIE: Is alles in orde, Jan?
JAN: kon niet beter. een vliegtuig vol mensen. moffen, filmsterren, pekinezen, roodharige knapen met sproeten…

2. Arie bemerkt Jeffries in het restaurant en volgt hem in zijn bewegingen., Hij vertelt Jan wat er gebeurt. Jeffries neemt een formulier in ontvangst bij het postkantoor naast het boekenstalletjes.
ARIE: niet kijken! jeffries …loopt door het restaurant… gaat naar het boekenstalletje… nee, naar het postkantoor. vraagt een formulier… krijgt er een…zal wel een telegram zijn…
JAN: ik weet wat!

3. Close-up van een telegram dat Jan aan Bob wil zenden. Jan krabbelt het op de achterkant van het menu.
TEKST VAN HET TELEGRAM: Bob Evers, Cheshire Hotel, Londen.
Heb contact met jouw relatie Schiphol stop vertrek
Kaapstad via Cairo extra vliegtuig 15 uur stop alles
naar wens stop doen ons best.
Jan
JAN: wil je dit telegram direct verzenden? tracht uit te vissen naar wie jeffries telegrafeert. en zorg dat hij niet ziet wat je zelf telegrafeert.
ARIE: laat maar aan mij over.

4. Jan bestudeert zogenaamd het menu aan een ander tafeltje maar eigenlijk houdt hij Arie en Jeffries bij het postkantoor op de achtergrond in de gaten. Geen tekst.

5. Arie komt terug bij het tafeltje van Jan. Jeffries verlaat op de achtergrond het restaurant.
ARIE: geen geluk gehad. hij telegrafeerde londen. twee regels, ongeveer twaalf woorden. kreeg geen kans om iets te lezen.
JAN: dat was zijn rapport natuurlijk.


PAGINA 6b:

1. Jan en Arie stappen in het vliegtuig (een van de oudere KLM-modellen, een viermotorig (Boeing) toestel). Achter hen komt een omvangrijke dame van middelbare leeftijd een uitzonderlijk goed humeur (Tante Ginny) het vliegtuig binnen. Ze heeft een tas bij zich draagt een grote bril met benen montuur. Ze begroet Jan en Arie, terwijl de Chinese steward haar plaatsbewijs in ontvangst neemt. Het vliegtuig kan zestien passagiers vervoeren. Plaats nummer 1 t/m 8 zitten achter elkaar aan de linkerzijde van het vliegtuig (gezien vanaf de kop), nummer 9 t/m 16 aan de rechterzijde. Stoel 16 is gereserveerd voor Jan, stoel 15 voor Arie. Jeffries zit links vooraan in stoel nummer 1, Breitstein op plaats nummer 9. Op stoel nummer 7 zit een man van ongeveer 35 jaar oud (Platneus) met bloemkooloren en een gebroken neus. Hij draagt een splinternieuw colbertkostuum van goedkope stof en gloednieuwe bruine schoenen. Hij haalt een Hollandse krant uit een goedkope aktetas. Op stoel nummer 8 zit een man met een bijna geheel kaal hoofd en kleine ogen (Kaalmans) die hetzelfde gekleed is en een zelfde soort aktetas bij zich heeft als zijn collega Platneus. Het vliegtuig heeft ook een achterdeur aan dezelfde kant als de passagiersingang of cabinedeur (aan de kant van stoelen 1 t/m 8, gezien vanaf de kop). Deze twee deuren kijken na de crash uit op de woestijn. Er is nog een tweede deur tegenover de cabinedeur ergens voor stoel 9 (wordt later de bakboorddeur genoemd). Deze kijkt na de crash uit op de rots. Er is rechts van de cabinedeur (na binnenkomst) een deur naar de cockpit waar de piloten zitten. Verder zit Anderson met tas op stoel 5, Lalonde met Zazou op 4, Winstone op 3, Malherbe op 12 (naast Lalonde) en Marsh 11 (naast Winstone). Stoel 6 is gereserveerd voor Tante Ginny en stoel 13 is nog vrij (voor Paul van Rilland-Bath).
TEKSTBLOK: even later, om tien voor drie…
TANTE GINNY: hello!
JAN EN ARIE: hello!

2. Jan, Arie en tante Ginny, op weg naar hun plaatsen, als ze plots van buitenaf iemand (Paul) horen roepen. Ze kijken verbaasd naar de deur. De Chinese steward wil net de deur dichtdoen.
PAUL (buiten beeld, van buiten het vliegtuig): ho! stop! wacht!

3. Paul stormt het vliegtuig binnen en geeft zijn ticket aan de Chinese steward. Hij kijkt verbaasd naar Tante Ginny, die net het boek “Zij stond alleen” uit haar tas heeft gepakt. Tante Ginny kijkt geïrriteerd naar Paul. Jan en Arie gniffelen.
PAUL: lieve deugd! tante ginny!
TANTE GINNY: !


Ja, je ziet het goed. Die eerste tekst van Arie is in de strip weggevallen. Vandaar dat ik misschien dat ‘Kon niet beter’ van Jan in: “Kan niet beter” ga veranderen. Je begint immers niet uit je zelf in de verleden tijd te praten.
En dan de zin van Arie: ‘Geen geluk gehad’. Zowel in het boek als in het scenario bleef de lezers bij Jan aan tafel stiekem naar Arie en Jeffries. Maar in de strip lopen we toch met Arie mee en dan is het beter als hij daarna meteen begint met verslag uitbrengt over wat hij gezien heeft. Kortom, Aries tekst moet hier dus beginnen met “Hij telegrafeerde Londen…etc”. Ook dat wordt dus vrijwel zeker in het album aangepast.















En dan tot slot die scene met Paul die op de valreep het vliegtuig binnen komt. Niks drie plaatjes meer in de strip. Hans heeft alles en iedereen in één prachtige overzichtsplaat neergezet. En die Paul komt meteen het vliegtuig binnen en wordt direct herkend door zijn tante Ginny.
Dit is misschien wel de belangrijkste wijziging van Hans ten opzichte van mijn scenario. Het is in elk geval de enige die consequenties heeft voor de komende pagina’s, in het bijzonder voor bepaalde teksten op pagina 9. Immers in het scenario herkent Paul zijn tante en is dus de naam van tante Ginny bekend bij Jan en Arie. In de strip is nu juist de naam van Paul bekend, althans zijn voornaam, en die van tante Ginny niet.
Het zou dus kunnen dat ik of de tekst van tante Ginny op deze pagina moet aanpassen of een tweetal teksten op pagina 9. Of wie weet heeft Hans dat inmiddels ook aangepast en hoef ik helemaal niets meer te veranderen.
Over drie weken, als Eppo nummer 5 in de winkel ligt, zullen we het weten. Maar eerst gaan we de lucht in. Volgende week in Eppo nummer 4. Eerste stop: Cairo!

Wordt vervolgd…

donderdag 5 maart 2009

Brasil Bob


Ontdekt op de blog van een Braziliaanse tekenaar: Silvio Spotti. Krijg nou wat! Arie, Mac en twee keer Bob, geloof ik, in een soort woestijnsetting. Blijkbaar een commissie.
Vermakelijk, vleiend en intrigerend.